oosterparkwijkfoto.nl

Over mijzelf

Ik ben een geboren en getogen Oosterparker (Vinkenstraat 59a). Op m'n 12e verhuisden we naar Scheemda. Terug in de stad woonde ik dertig jaar lang in de Oosterhavenstraat, vlak bij de hoek met de Oosterkade. Al die jaren heb ik nooit beseft hoe dicht ik bij de wijk woonde. Even onder de brug doorlopen en ik was er. Pas bij het maken van de 'Stap voor stap' wandelroutes leerde ik dat het gebied tussen Damsterdiep en Eemskanaal ook bij de Oosterparkwijk hoort. Sinds 2004 woon ik weer in de wijk (Florakade) en tijdens de vele wandelingen met mijn camera mijmer ik weleens over vroeger. Hierbij valt het me steeds weer op dat de karakteristieke Oosterparksfeer van vroeger nog altijd aanwezig is.

Zodra je oogcontact maakt is het ook direct: moi! Het buiten zitten in de zomer, het sociale karakter.

Maar ook de prachtige architectuur, het Blauwe Dorp, het Pioenpark met Rosarium, de vele vijvers, etc.

Het begin

Ik groeide op in de jaren vijftig en zestig. Mijn vader was een amateurfotograaf, die ook 8 mm filmpjes maakte. En dia-series die hij perfectioneerde met commentaar op cassettebandjes. Later had hij ook een doka op de zolder. Ik heb het dus niet van een vreemde.

Zoals ik mij herinner maakte ik m'n eerste foto's met een boxje. Was het een Agfa Clack? Ik weet het niet meer. Tijdens een vakantie leende mijn vader mij een Zeiss Ikon Contina. De camera had geen lichtmeter en mijn vader gaf me er een handgeschreven tabel bij in de trant van 'helder', 'licht' of 'zwaar bewolkt', en bijpassende combinaties van sluitertijden en diafragma's.

 

Later, in de jaren '70, had ik een Ricoh 500 GX, een destijds gangbaar meetzoekertje. Mijn vader fotografeerde toen, zoals zovelen, met een Praktica spiegelreflex met verwisselbare lenzen. Dit was een Oostduitse camera (Pentacon, Dresden).

Toen ik in 1979 een Minolta SRT-100X met enkele lenzen aanschafte, vond mijn vader het maar niks, zo'n Japanse camera.

Ondertussen richtte ik een doka in, met een Tsjechische Meopta Opemus 5 vergroter. 

Ik gebruikte voor alle materialen Ilford. 

Ik noemde mijn doka 'Inner Space Studio' en later 'Snarf Studio', waarover straks meer.

In 1983 kocht ik de toen net verschenen Minolta X-500, met electronische sluiter en flitsmeting door de lens. 

De X-500 is zo'n 30 jaar lang mijn trouwe camera geweest! Vrijwel alle foto's in de eerste drie 'Stap voor stap' wandelroutes door de Oosterparkwijk zijn in de periode 2011-2014 met een X-500 gemaakt, en dat ook nog eens met vaste brandpunt lenzen! De negatieven zijn toen professioneel gedigitaliseerd.

In 2003 kocht ik een Leica MP. Denk aan beroemde fotografen als Henri Cartier- Bresson, Sebastiao Salgado, Robert Capa, Josef Koudelka, Ralph Gibson, en nog vele andere beroemdheden, die met deze Duitse camera werkten en werken.

De eerste prototypes van deze camera dateren uit 1914. Leica presenteerde toen de kleinbeeldfilm, met negatieven van 24 x 36 mm. De MP uit 2003 is de laatste volledig mechanische analoge camera, die door Leica werd geproduceerd.

Leica lenzen zijn beroemd om hun bijzonder fraaie scherptediepte-verloop, ook wel 'bokeh' genoemd. Met de Leica fotografeerde ik meestal in de natuur. Slootkanten, weerspiegelingen van wolken in water. Ik speelde veel met scherp en onscherp, licht impressionistisch.

Ondertussen kondigde het einde van het analoge en chemische fotografische tijdperk zich sneller dan verwacht aan!

Jos Lange stopte. De onvolprezen Sven Versteegh met zijn prachtige kleur-afdrukken hield het nog lang vol. Daarna stopte Foto Loek ook met analoge afdrukken en omstreeks 2011 was het definitief afgelopen. Hierna kon/kun je terecht bij adressen in de Randstad, met tarieven die ik niet kan betalen.

Wat bleef was het laten ontwikkelen van een filmrolletje en chemische (analoge) afdrukken op 10 x 15 cm via Sipkes. Filmrolletjes zijn gelukkig tot op de dag van vandaag te verkrijgen. De negatieven kunnen eventueel ook gescand en digitaal geprint worden.

Tegenwoordig

Ik werd toen vaak benaderd om foto's te maken. Omdat ik steeds 'nee' moest zeggen, raakte ik gefrustreerd. Toen ik dan ook in 2016 door de werkgroep ONS werd gevraagd om een reportage te maken van de herdenking op 16 april bij het nieuwe door ONS gerealiseerde Oorlogsmonument 'Twee bruggen' bij de (oude) Oostersluis, besloot ik om een digitale camera aan te schaffen! Dat werd een Nikon D3300 met diverse lenzen. 

Ondertussen ben ik al helemaal gewend geraakt aan deze camera. Met mijn Oosterparkwijkproject ben ik niet zozeer creatief bezig, maar volg ik vooral de oude traditie: het documentair vastleggen van de wijk, de straten, gebouwen, architectuur, etc. Alles scherp, meestal diafragma 8, soms 11, en alles recht, dus niet of nauwelijks omhoog of omlaag fotograferen. Ik loop heel vaak door de wijk, op verschillende tijdstippen. Ik leer steeds beter de veranderende zonnestanden in de wijk gedurende de dag kennen. 

Verschillende episodes

Van eind jaren '70 tot 1986 deed ik veel aan table top-fotografie. De ruimte die mijn doka was, tussen mijn kamer en woonkeuken, gebruikte ik ook als studio, 'Inner Space Studio' en later 'Snarfstudio' genaamd. Ik creëerde composities en kleine wereldjes op een tafel, dezelfde die ik gebruikte voor de schalen met ontwikkelaar, stopbad en fixeer. Veelal met huis, tuin en keuken attributen. De belichting bestond uit een 60 W bureaulamp met zwenkarm, soms aangevuld met witkartonnen reflectieschermpjes. De camera stond op een statief. Meestal gebruikte ik de 2.0/85 mm, en ik hanteerde een losse belichtingsmeter.

Het was een genoeglijke bezigheid, met achtergrondmuziek vanuit de kamer. Als uiteindelijk het beeld naar wens was en de scherptediepte ook, had ik de neiging om een glas bier in te schenken, een slok te nemen, en dan de draadontspanner in te drukken, want het waren lange sluitertijden, vaak langer dan een seconde. Ik kon hier avonden lang mee bezig zijn.

Waar ik me nu nog over verbaas is dat ik altijd maar één opname maakte, die trouwens ook altijd prima van belichting was. Ook nu nog maak ik vaak maar één opname, als ik zeker ben van mijn zaak.

In die jaren kocht ik veel monografieën van beroemde fotografen. Het vele kijken naar al die foto's hebben mij als autodidact gevormd en geïnspireerd. Vooral de fotografie in de jaren '20 tot '50 maakten indruk. Man Ray, Paul Outerbridge Jr., Bill Brandt, Angus McBean, André Kertész en Erwin Blumenfeld om enkele namen te noemen.

Fotografisch gesproken waren dit erg mooie jaren, omdat ik fotografie opzoog vanuit boeken, maar ook vanuit m'n favoriete Franse foto-maandblad 'Photo'. Terwijl ik hiernaast fotografeerde, filmpjes ontwikkelde, proefdrukjes maakte, uitsnedes bepaalde (ik hield me niet aan een standaard formaat) en fijne doka-kneepjes toepaste, zoals het maken van fotogrammen. Ik maakte albums, m'n eigen fotoboeken, met handgemaakte lay-outs. Ik verbeeldde me dan dat ik kon wedijveren met de boeken van al mijn favoriete fotografen.

Het was een fantasievolle periode, waarbij ik in mijn eigen wereldje verkeerde.

In 1998 had ik een expositie getiteld 'Drug Opera' in Galerie Lichtzone, die voor een groot deel uit zwart-wit foto's uit deze periode bestond.

Eind jaren '80 belandde ik in het theater als Coördinator van het Universiteitstheater (1989-2003)

In die jaren maakte ik veel persfoto's van theatergroepen, en ook wel foto's tijdens voorstellingen.

Voor de persfoto's gebruikte ik meestal de X-500 met de 2.8/35. En tijdens voorstellingen een Canon Canonet QL17, met z'n 1.7/40, die door zijn centraalsluiter vrijwel geruisloos was. Hierbij enkele foto's uit een album met de Canonet tijdens de eerste editie van 'Dichters in de Prinsentuin' in 1998.

In de albums hieronder toon ik een selectie uit deze periodes.

Alle foto's zijn scans van de originele afdrukken. De meeste foto's zijn klein van formaat, zo'n 13 x 18 cm gemiddeld, zodat ik schermvullende weergave afraad.

1979-1986 Analoog, eigen doka

1986-2003 Analoog 

2003-2010 Analoog

2010-2016 Analoog, digitale prints van negatief